,,Deze imams wakkeren de angst voor moslims aan'', vindt
het PvdA-kamerlid Khadija Arib. Zij is van Marokkaanse afkomst en ijvert al
twintig jaar voor de emancipatie van Marokkaanse vrouwen in Nederland. Minister
Van Boxtel (D66) vindt de uitlatingen in strijd met de Nederlandse rechtsorde.
Maar vindt de rechter dat ook?
DEN HAAG - Voor minister Van Boxtel (D66,
integratiebeleid) lijdt het geen twijfel. De imams van wie het
televisieprogramma 'Nova' vorige week delen van hun vrijdagpreek uitzond, hebben
'laakbaar' gehandeld. Hun uitlatingen 'van ten dele politieke aard' zijn
'algemeen als ophitsend ervaren'. Hun uitleg van koranteksten staat 'op
gespannen voet' met de Nederlandse wet.
Dat schrijft Van Boxtel aan de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam, Den
Haag en Tilburg. ,,Niet alleen stellen zij zich kennelijk vijandig op ten
opzichte van onze democratische rechtsorde; maar ook geven deze imams hun
volgelingen in, zich afzijdig te houden van deelname aan onze samenleving.'' In de vier aangeschreven gemeenten zijn enkele imams actief die het
martelaarschap bij zelfmoordaanslagen verheerlijken en in hun preken Allah
vragen om de Amerikaanse president Bush en de Israëlische premier Sjaron te
vernietigen om hun zonden. VN-wetten die tegen de islam ingaan, moeten worden
'vertrapt'. De minister laat het oordeel over de strafrechtelijke aspecten over aan het
openbaar ministerie, dat de zaak onderzoekt (en vervolgens aan de rechter, mocht
het OM besluiten de zaak voor te brengen). Maar hij houdt de burgemeesters voor
dat 'een adequate actie vanuit uw gemeentebestuur nochtans is geboden'. ,,Hun
(de minister bedoelt hier de imams in kwestie, red.) zullen de grenzen van de
vrijheid van meningsuiting en van godsdienst en levensovertuiging duidelijk
gemaakt moeten worden'', aldus Van Boxtel in zijn brief. De oproep aan de gemeenten moet illustreren wat Van Boxtel gisteren ook een
verontruste Tweede Kamer in het wekelijkse vragenuurtje nog eens duidelijk
maakte: de regering neemt de gewraakte uitlatingen serieus en onderneemt actie.
Op verzoek van de CDA-fractie beloofde Van Boxtel een brief over de verhouding
tussen de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en het
non-discriminatiebeginsel, zoals die alle drie zijn vastgelegd in de Grondwet. Want Van Boxtel mag dan van de burgemeesters verlangen dat zij het de imams
allemaal uitleggen; de landelijke politiek worstelt zelf al langer met de
onderlinge spanning tussen de verschillende grondrechten. De volgorde waarin ze
in de Grondwet staan genoemd, biedt geen houvast. Artikel 6 (godsdienst) is niet
belangrijker dan 7 (meningsuiting), omdat het eerder wordt genoemd. Dan zou het
er met een andere zwaar bevochten vrijheid, die van onderwijs, niet best
voorstaan. Die wordt pas in artikel 23 genoemd. In de brief die Van Boxtel de Tweede Kamer heeft beloofd, zullen ongetwijfeld
flink wat elementen terugkomen uit een beschouwing die zijn collega Korthals
(VVD) van justitie al eens naar de Kamer heeft gestuurd. Eind 2000 heeft de
Kamer namelijk per D66-motie precies hetzelfde gevraagd als gisteren. Korthals
liet het vorig jaar bij een schriftelijke beschouwing als onderdeel van een
wetsvoorstel om de maximumstraf op discriminatie in bepaalde gevallen te
verdubbelen naar twee jaar cel. Die beschouwing leunt zwaar op het Europees verdrag voor de rechten van de
mens en de jurisprudentie van het gelijknamige hof. Ze leert dat het niet
onmogelijk is, maar wel een hele toer, om iemand veroordeeld te krijgen wegens
als discriminerend of haatzaaiend beschouwde uitspraken. Hoewel de vrijheid van
meningsuiting en die van godsdienst niet onbeperkt zijn, staan ze ijzersterk. Zo heeft het hof uitgesproken dat bij vrijheid van godsdienst ook hoort dat
iemand in woord en daad getuigt van zijn religieuze overtuiging. Vers in het
geheugen ligt nog de vrijspraak, in maart van dit jaar, van de Rotterdamse imam
El-Moumni. Hij was aangeklaagd wegens discriminatie van en aanzetten tot haat
tegen homoseksuelen. De Nederlandse rechter vond de uitspraken op zichzelf
strafbaar, maar honoreerde het beroep op de vrijheid van godsdienst. Ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting heeft het Europese hof voor de
rechten van de mens herhaaldelijk aangegeven dat de bescherming daarvan ook
geldt voor denkbeelden die 'de staat of een deel van de bevolking beledigen,
schokken en verstoren'. Gezien de verontwaardigde reacties op de uitspraken van
de imams is dat precies wat hier is gebeurd.
'Moskeebestuur moet radicalen zelf wegsturen'
door Esther Lammers
DEN HAAG - PvdA-kamerlid Khadija Arib vindt het 'schandelijk, onaanvaardbaar
en verwerpelijk' dat er imams in Nederland zijn die opruiende preken houden en
propageren dat mannen vrouwen mogen slaan.
,,Deze imams wakkeren de angst voor moslims aan, ze bevorderen de integratie
van allochtonen niet en ze verslechteren de positie van Marokkaanse vrouwen.'' Met verbijstering zag Arib het programma 'Nova', waarin een aantal imams
tijdens de preek geweld tegen vrouwen rechtvaardigt. ,,Het is wel een beperkte
groep imams, maar dat maakt het nog niet minder erg wat ze preken. Geweld tegen
vrouwen bestaat in alle culturen. Maar als dit soort preken mogen worden
gehouden in Nederland, dan legitimeer je deze opvattingen.'' Ze vindt het teleurstellend dat minister Van Boxtel van integratiebeleid de
afgelopen jaren niets heeft gedaan tegen vergelijkbare uitspraken. ,,Marokkaanse
vrouwengroepen hebben het een paar keer gevraagd. Maar hij vindt het een interne
aangelegenheid waar hij zich niet over wil uitlaten. Daarmee worden de vrouwen
direct weer een stap teruggezet. Van Boxtel praat ook niet structureel met
allochtone vrouwenorganisaties, alleen met imams. Dat versterkt het idee dat
vrouwen niet gelijk zijn.'' Arib vindt ook dat de moslimgemeenschap zelf actiever moet worden. ,,Het
maatschappelijk effect van deze uitspraken, de oproepen tot geweld en haat tegen
de westerse samenleving, raakt de hele moslimgemeenschap. Het westen associeert
de islam toch al met geweld en onderdrukking van vrouwen. Daar moeten de moslims
in het Westen zelf een antwoord op geven.'' Arib vindt het aangaan van een dialoog met de Nederlanders en de zorg voor
integratie van de moslims, ook geen taak van de imam, maar juist een taak van
moskeebesturen. ,,Wat is een imam nou eigenlijk? Iedereen kan imam worden als
hij de Koran uit zijn hoofd kent. Het argument dat ze geen goede imams kunnen
vinden, is belachelijk. De verantwoordelijkheid ligt bij de moskeebesturen. Als
zij een imam inhuren, moeten ze hem veel beter screenen. Wat zijn de opvattingen
van de imam over integratie, geweld, onderwijs en vrouwenemancipatie? Als die
niet passen in de Nederlandse samenleving, behoort het moskee-bestuur zo'n imam
gewoon niet in te huren.'' Het PvdA-kamerlid vindt daarom dat de besturen van de moskeeën in Tilburg,
Amsterdam en Den Haag, die in opspraak zijn geraakt, zelf actie moeten
ondernemen. ,,Ik denk dat ze hebben onderschat wat het effect van deze
uitspraken is. Naïef misschien. Maar radicale politieke imams hebben niets te
zoeken in gebedshuizen. Zij moeten onmiddellijk door het bestuur vervangen
worden.'' Strafrechtelijk onderzoek tegen de imams steunt ze. Maar het sluiten van een
moskee of het uitzetten van een imam uit Nederland, is volgens Arib de slechtst
mogelijke oplossing. Tot dit soort maatregelen roepen D66, LPF en de VVD op.
,,Dan straf je de hele moskeegemeenschap en krijg je een tegenovergesteld
effect. Imams die geobsedeerd zijn door vrouwen en geweld, moeten
maatschappelijk worden geïsoleerd. Maar als de overheid een moskee sluit of een
imam uit het land zet, krijgen de imams juist sympathie van de moslims en dat
verdienen ze niet.''