Minder vertrouwen in milieubeweging na moord Fortuyn
Uitgegeven: 30-6-2002 15:35HILVERSUM - Bij meer dan een kwart (27 procent) van de Nederlandse
bevolking is het vertrouwen in de gehele milieubeweging afgenomen doordat de
verdachte van de moord op Pim Fortuyn werkzaam was bij een milieuorganisatie.
Dat blijkt uit een NIPO-enquête in opdracht van IKON-radio en Milieudefensie.
De milieuproblematiek heeft bij Nederlanders een lage prioriteit, zo blijkt
uit het representatieve onderzoek. Op de vraag: 'Aan welke maatschappelijke
onderwerpen zou de nieuwe regering meer aandacht moeten besteden dan de
afgelopen acht jaar is gedaan?', noemt 7 procent van de ondervraagden het behoud
van natuurgebieden. Vijf procent kruiste het vakje met broeikaseffect en de
klimaatverstoring aan.
Onder de 30.000 geënquêtteerden is er meer belangstelling voor de veiligheid
op straat (53 procent), de aanpak van de wachtlijsten in de zorg (51 procent),
en voor de kwaliteit van het onderwijs (41 procent). De
vluchtelingenproblematiek verdient volgens 28 procent meer aandacht.
Opvallend
Voor de milieubeweging zijn er meer opvallende uitkomsten in de enquête. Met
'het voornemen van CDA/LPF/VVD de kerncentrale in Borssele langer open te
houden' is ruim de helft het eens. Gevraagd naar een reactie 'op het voornemen
van de nieuwe regeringspartijen om de files te bestrijden door uitbreiding en
verbreding van de wegen', reageert tweederde van de ondervraagden positief.
Verder vindt ongeveer de helft dat de milieubeweging zich bezig moet houden met
wind- en zonne-energie en het beïnvloeden van het gedrag van consumenten. Bijna
eenderde meent dat de milieubeweging minder moet actievoeren en meer moet zien
te bereiken door overleg. De resultaten van het onderzoek werden zondagmorgen
bekendgemaakt in het radioprogramma De Andere Wereld van zondagmorgen.